geen zin in de stank maar pure trek in een joint ...fucking mind! ben ik nou de enige of hebben meer mensen dit.........ik vraag me serieus af of ik echt niet relaxter ben wanneer ik rook.....duhhhhhhhhhhhhhhhhhhhh
Holycow - Stoppen met roken dagboek
Echte vrienden zie je niet, die staan achter je!
Zo, ik geloof dat de donkere wolken verdwijnen!
Ik ga vandaag eens positief aan de gang...........
Grote schoonmaak in huis, mijn geest en mezelf!
Ff mijn innerlijke motertje poetsen, mijn hart water geven en voorzien van zonlicht!
En toch maar eens extra lief zijn voor mezelf en mijn gezin....

gezellig weekend en bedankt voor de comments! Kuzzzzzzzzzzz
Het is alweer vijf maanden geleden dat ik mijn laatste stoppen-met-roken poging heb ondernomen. Met succes. Gisteren precies vijf maanden geleden was het eerste kerstdag en was ik die kankerstaafjes beu.
Ik ben ze wel vaker beu geweest maar dat leidde lang niet altijd tot een daadwerkelijk staken van het gebruik ervan, laat staan tot een staking van nu al weer vijf maanden. Vijf maanden! Vijf!! De langste stopperiode heeft echter zelfs bijna anderhalf jaar geduurd; een jaar, vier maanden, 1 dag en drieëntwintig-en-een-half uur om precies te zijn. Waarna ik weer ben begonnen…
Het was premièreavond van een toneelstuk waaraan ik meedeed. Na de première was er een feest dat erg gezellig werd, en waar ik me zeer euforisch voelde en na een paar glazen droge witte wijn had ik er geen zin meer in om al die sigaretten die me werden aangeboden nog langer af te slaan. Dus nam ik er eentje aan. En toen nog een en kom, nog eentje dan omdat het niet elke avond premièreavond is. De volgende ochtend kon ik met geen mogelijkheid tot leven komen met alleen maar zwarte koffie en stond dus even later, brak en niet wel bij de sigarenboer om de hoek. Ik had een déjà-vu. Hij ook: hij keek me verstrooid aan en het duurde een poosje voor hij zich mij herinnerde, maar toen verscheen er dan ook een grote grijns op zijn tronie terwijl hij sprak: ‘Lang niet gezien, Davidoff gold was het hè? Gelijk weer een slofje doen?’
Vanwege dit formidabele geheugen en de charmante vrijpostigheid waarmee hij je altijd meer verkocht dan je van plan was geweest aan te schaffen was het hem gelukt om zichzelf en zijn toko staande te houden temidden van alle supermarkten, tijdschriftenwinkels met tabaksafdeling en tankstations zonder sluitingstijden.
‘Ja ik zie de klanten toch vroeg of laat wel weer terug,’ ging hij verder, ‘vaak komen ze eerst weer voorzichtig binnendruppelen om te ruiken, te kijken, zogenaamd om een staatslot of rol pepermunt te kopen, maar intussen staan ze te watertanden terwijl ze hun ogen langs de wand met pakjes laten gaan, op zoek naar hun eigen merk. Nostalgie druipt aan alle kanten van ze af en ik moet het bedrag dat ze me verschuldigd zijn voor dat lot of het snoep vaak twee keer herhalen om ze uit hun trance te wekken. Dan betalen ze snel en lopen nog sneller mijn zaak uit. Binnen twee weken zijn ze dan weer terug; als vaste klant voor hun oude, vertrouwde merk.’ Hij keek triomfantelijk.
‘De volhouders, de echte stoppers die ik heb meegemaakt zijn op een hand te tellen en ik sta hier al veertig jaar en ik heb maar vier vingers aan deze hand.’ Hij hield zijn rechterhand voor zijn gezicht en ik telde vier vingers. Zoals ik al die keren dat me hier een slof sigaretten was verkocht vier vingers aan zijn rechterhand had geteld. Ik was weer een vaste klant, van mijn oude, vertrouwde merk. Een twijfelachtige eer, vaste klant te zijn bij een sigarenboer. Ik voelde me een zwakkeling. Het kon best zo zijn dat maar weinig mensen hun stoppoging volhielden, maar het kon niet zo zijn dat ik niet tot dat selecte gezelschap behoorde. Alleen toen nog even niet, want ik was gestresst, had duizend dingen te doen en die avond weer een feestje waar een lekkere verse sigaret bij hoorde. Bovendien had ik de week daarna een tentamen, moest ik de week dáárop naar de tandarts en een maand later een presentatie houden en…
Enfin, bijna zes jaar later (waarin ik regelmatig ben gestopt, met stoptijden variërend tussen twee uur en twee maanden) had ik op kerstavond zoveel gerookt dat ik de volgende ochtend al duizelig werd als ik alleen al naar mijn pakje sigaretten kéék. Omdat ik er toch al niet veel voor voelde om “gezellig” kerst te vieren en ik bovendien een griepje onder de leden meende te bespeuren waarvan ik hoopte die de kop in te kunnen drukken door een paar dagen gezond te leven ben ik toen maar gestopt. In tegenstelling tot voorgaande stopmomenten verwachtte ik er niet veel van. Het was ook meer bedoeld als iets tijdelijks, waarna ik - opgekalefaterd en wel - weer vrolijk verder zou smoken. Het griepje werd echter een behoorlijke griep met een keelontsteking en een hoest die nog weken aanhield. En toen ik me daarna iets beter begon te voelen had ik vooral behoefte aan voedsel, iets waaraan ik na een sigaret vaak niet meer moet denken. Dus toen heb ik het roken ook nog maar even uitgesteld. Na nog een paar weken kreeg ik een allergische reactie op iets in mijn nieuwe werkomgeving (een stoffig kantoor). Hoewel het vreselijke kantoorwerk zelf reden genoeg was om weer met roken te beginnen had ik het door die allergie vaak erg benauwd, zodat roken wederom geen optie was.
En nu, nu ik niet meer op dat kantoor werk en dus geen reden heb om uit frustratie te gaan roken, weer lekker aan het sporten ben, me vele malen fitter voel (hoewel het nog lang niet is wat het geweest is) heb ik zeker geen behoefte meer aan een sigaret. Het lijkt me een hele opgave, nu weer te moeten beginnen. Ik zou de eerste keer hoogstwaarschijnlijk na twee trekjes al flauwvallen. Het zou minstens twee pakjes duren voor ik weer enigszins gewend zou zijn, voor ik mezelf weer als een roker zou kunnen beschouwen. Ik vind: als je rookt, dan moet je ook kettingroken, maar dat zou ik niet eens meer aankunnen. Mijn lijf zou protesteren met diarree en hyperactiviteit. Dat zou ik ook helemaal niet meer willen. Ik weet dat mijn haren, mijn kleren, mijn gordijnen al na één sigaret weer gewassen zouden moeten worden. Ik weet dat de rook van een paar trekjes mijn voedsel dagenlang van smaak en geur zouden ontdoen. En toch, als ik langs een roker loop, op een feestje, ergens waar het gezellig is en ik een drankje drink, snuif ik toch net even iets dieper de lucht, vermengd met de rook die van zo’n sigaret afkomstig is, in me op. Heeeeerlijk.
Om mezelf niet al te zeer te zieken en te belonen voor het feit dat ik niet rookte was ik die eerste dagen, die kerst van 2007, wat coulanter met mijn alcoholinname. Ook nu neem ik bij ernstig heftige trek in een sigaret een extra glas wijn, alles om maar geen sigaret meer aan mijn mond te hoeven zetten.
Kroegen vermijd ik. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat mensen (lees: rokers) genadeloos zijn als het erom gaat niet in hun eentje hun longen te hoeven verzieken:
‘Cigarette?’
‘No thanks, I quit yesterday.’
‘That’s stupid. Quit tomorrow.’
‘Okay dan.’
Rokers zijn heel sociaal, alleen niet heel erg met je begaan.
Die eerste dag bleef ik dus thuis en was al vroeg in de avond aan de wijn. Toen ik mijn glas wilde bijschenken pakte ik een pak melk uit de koelkast en schonk die bij de wijn. Ik wist dat ik iets verkeerd deed, maar het besef wát dan precies kwam traag en intussen kon ik er niet mee stoppen, ook al besefte ik inmiddels wat het was dat ik verkeerd deed; ik bleef het pak melk leegschenken in het wijnglas tot het glas overstroomde, tot het pak melk leeg was en zei toen in mezelf: ik had de fles wijn moeten nemen, en niet dit pak melk.
Stoppen met roken maakt je erg simpel, bijna stoned. Als je ergens bent, ben je er ook weer niet, alles gaat wat trager en “reactievermogen” komt tijdelijk niet voor in je vocabulaire, laat staan in je motoriek. Stoppen met roken zou best eens verslavend kunnen werken.
Ik had geen zin om af te wassen en zette het glas bij de stapel vuile vaat. (Hé… maar ik rook niet!) Na een fris wijnglas te hebben gevuld met rosé werd ik voor de rest van de avond een couch potatoe. Eentje die het klaarspeelde om de zoute stengels (want hé: ik rook niet!) na verloop van tijd en zonder goede reden in de rosé te dopen.
Als de televisie me even niet voldoende afleiding bezorgde (wat ál te irritante reclame, op geen enkele zender een leuk programma te ontdekken) ging ik surfen. Ik bezocht alle internetwinkels, raapte de meest uiteenlopende spullen bij elkaar, propte ze in mijn virtuele winkelmand, ging naar de kassa, schrok daar van de som van de prijzen van al die spullen die zich in mijn winkelmandje bevonden, verwijderde een voor een enkele artikelen, bedacht me dan dat ik zonder die riem, dat tasje en die oorbellen ook niet veel had aan die laarzen en dat schattige jurkje en leegde daarom maar mijn hele winkelmand. Om op een volgende site precies hetzelfde te doen.
Op hyves krabbelde ik een lang verhaal naar een vriendin. Ik las het terug en zag wat spelfouten die ik er even uit wilde halen, dus klikte ik - te snel - niet op bewerken maar op verwijderen en zag ik hoe mijn complete krabbel genadeloos werd weggezogen als een ongewenste foetus. Lusteloos als ik me voelde had ik geen zin om nog een keer mijn verhaal te typen en dacht dat ik haar beter even kon bellen. Of toch maar niet? Want ik had geen zin in praten, dacht ik, ik wist het niet.
Toen belde mijn vriend, aan wie ik een onsamenhangend verhaal vertelde over hoe oprecht blij ik was met mijn nieuwe kantoorbaan, om vervolgens in janken uit te barsten omdat het toch ook weer zo níet bij me past. Waarna ik weer om mezelf moest lachen en besloot dat het misschien wel goed voor me kon zijn om een tijd tussen zombieëske kantoormutsen door te brengen, zodat ik die ook levensecht zou kunnen uittekenen als ik straks deed wat ik écht wilde: mijn knäckebröd verdienen met schrijven.
‘Wat wil je nou eigenlijk?’ zei mijn vriend.
Geen idee. Ook daarom moest ik weer huilen. Een mens moet toch iets willen?
‘Ik wil schrijven en in een kasteel in Schotland wonen,’ zei ik. Mijn vriend antwoordde dat hij me niet naar die koude, regenachtige hooglanden zou volgen. Dat vond ik bot van hem en ik zei dat ik hem wel zou volgen, waar dan ook naartoe. Naar Afrika, naar IJsland, naar…
‘Maar je weet dat ik daar nooit naartoe zou willen, ik wil alleen naar Spanje, en dat is geen vervelend land om me naartoe te volgen.’
‘Schotland wel dan? Je hebt daar heel mooie kastelen hoor, en whiskey, en open haarden.’
‘Weet je wat jij moet doen, jij moet lekker gaan slapen en dan word je morgen uitgerust wakker en dan weet je weer wat je wil.’
Verongelijkt hing ik op en zette het geluid van de tv harder.
Ik zapte langs Crime scene investigation New York, Crime scene investigation Miami, De politie op je hielen, Law & Order, Peter R. de Vries - Misdaadverslaggever, The Soprano’s… Het leek Godverdomme wel of alles en iedereen zich met misdaad bezighield. Verderop was er gelukkig ook iets anders te zien: een dwerg die bij nader inzien doende was zichzelf met behulp van een stofzuiger te bevredigen.
De zoute stengels smaakten me inmiddels niet meer en na nog een glas rosé kreeg ik trek in drop en daarna in chocolade en rode druiven. Ik had zin in alles en in niks. Jawel, in een sigaret, dáár had ik zin in, maar dat zou ik dus niet meer doen. Na nog zeven lollies aan stukken te hebben gebeten begonnen mijn tandjes tegen te sputteren. Inmiddels was het elf uur ’s avonds en mijn eerste niet-rokendag zat er zo ongeveer wel op, ik ging slapen. Althans, dat was mijn bedoeling. Na eerst uren wakker te hebben gelegen heb ik misschien twee uurtjes zéér licht geslapen en ben er om half vijf maar weer uitgestapt. Met trek in een sigaret. In plaats daarvan pakte ik een boekje van Midas Dekkers. Er stond een verhaaltje in over stoppen met roken. Het scheen te kloppen dat je nachtrust de eerste week dramatisch was (de eerste wéék?!) maar daarna zou je weer gaan slapen als een baby, zoals je in geen jaren had geslapen. Dat vooruitzicht vond ik de moeite waard. Ik kon het in elk geval proberen, als roker was mijn nachtrust ook niet al te best geweest. En ach, nu hield ik nog eens wat uurtjes over om te kunnen schrijven.
Iets later bij de thee had ik het gevoel iets te missen. Na de thee ook. Toen ik bij de tramhalte stond had ik weer dat gevoel van gemis. Dat gebeurde die dag nog een keer of twintig. En hield de dagen erna aan. Langzaam werden de momenten waarop ik trek had in een sigaret minder en namen af in hevigheid.
Vijf maanden later droom ik nog regelmatig dat ik een sigaret rook, of een pakje koop. En ook overdag heb ik regelmatig trek om er eentje te roken. Maar ik heb nu een goed middel om die trek doeltreffend de kop in te drukken: snuif eerst diep de tweedehands rook in (die waardoor je die vrijwel onweerstaanbare trek in een sigaret hebt gekregen). Neem hem goed in je op, voel hoe je die rook door je longen zou kunnen laten gaan en houd dan je neus boven een asbak, en inhale… Sterke trek als je dan nog zin hebt om te roken. Neem voor een nog beter (gegarandeerd effect) een halfvol glas lauw bier waarin men, bij gebrek aan een asbak, maar de peuken heeft gedoofd. Als ook dit je niet tegenhoudt dan weet ik het ook niet meer.
Dennis
Verslaving is gelijk aan behoefte aan liefde
Het kind in ons heeft bepaalde elementaire behoeften – aan liefde, emotioneel en fysiek contact, respect, een uitdrukking van het zelf.
Onze verslavingspatronen zijn in feite onbewuste pogingen om voor ons kind te zorgen. Door te veel te eten, alcohol te drinken, te roken of drugs te gebruiken, proberen we het kind te koesteren, de pijn te verdoven Door hard te werken of voor anderen te zorgen, proberen we waardering en een gevoel van veiligheid aan anderen te ontlenen.
Natuurlijk werkt dat niet zo goed, omdat we daarmee niet zorgen voor de ware behoeften van het kind, en het is verschrikkelijk vernietigend voor ons lichaam en onze psyche.
Wat wel werkt, is het verslavende gedrag te doorbreken, zodat we in contact kunnen komen met wat het kind echt nodig heeft, en vervolgens stappen te ondernemen om daar voor te gaan zorgen.
Gebruik ik een of andere vorm van verslaving om het kind in mijn te koesteren?

Tja en dan zit het toch weer in je kop!
Ben de hele dag al aan het bedenken wat een voordelen het roken heeft enzo en hoe ongezellig het zonder sigaretten is........
Allemaal smoesjes en mindfucking games.......
Ik denk omdat ik veel ben aangekomen dit soort gedachten weer krijg....de horror!
lekker dwangmatig destructief aan roken denken, goh de psychische verslaving is sterker dan ik dacht.......blehhhhhhhhh













